Volgende stap in wetgevingstraject wet DBA

Een verplichte offerte én een ureninschatting vooraf: met die nieuwe regels krijgen praktijkhoudend en waarnemend huisartsen te maken als het aan minister Koolmees ligt. Dat blijkt uit aanvullende regelgeving op de wet DBA die nu gepubliceerd is. In dit bericht leest u onze reactie op deze plannen.

Deze aanvullende regelgeving is nog niet definitief. Via een internetconsultatie kan vanaf nu commentaar gegeven worden. Het gaat om 2 nieuwe wetten: 

  1. de wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ)
  2. de wet op de Zelfstandigenverklaring

LHV reageert op wetsvoorstellen

Als LHV komen we samen met andere veldpartijen (FMS, KNMT en VvAA) op voor onze leden, onder andere in gesprekken bij de ministeries van VWS en SZW en met de politiek. We reageren samen met deze partijen op deze wetsvoorstellen via de internetconsultatie Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring.

U kunt ook zelf uw mening geven in de consultatie.

Wij gaan in onze reactie nog steeds uit van de volgende 3 eenvoudige uitgangspunten:

  • Zzp’ers zijn essentieel voor de continuïteit en kwaliteit van zorg. Ze vervullen een smeeroliefunctie op het moment dat aanvullende of vervangende capaciteit nodig is; zet daarom het belang van de patiënt voorop in de duur van de opdracht;
  • zorg dat de nieuwe wet DBA aansluit bij specifieke wetgeving die in de zorg geldt;
  • voorkom extra administratielast.

Meer over het standpunt van de LHV leest u in ons dossier over de wet DBA.

Dit staat in de wet Minimumtarief Zelfstandigen

Het doel van de wet Minimumtarief Zelfstandigen (WMZ) is om de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen met een minimumtarief van 16,- euro per uur. De wetgeving gaat echter gelden voor alle zzp’ers, en daarmee ook voor alle huisartsen die waarnemen of een waarnemer willen inhuren.

Wet leidt tot onwenselijke administratieve rompslomp

De LHV maakt bezwaar tegen deze aanvullende administratieve eisen en daaruit voortvloeiende lasten. Als het uurtarief boven de 16,- euro per uur ligt, zoals bij huisartsen, dan is bovenstaande regelgeving een onnodige en daarmee zwaar belastende rompslomp:

  1. Vooraf offerte met kosten en aantal uren
    Om aan te tonen dat een waarnemend huisarts minimaal 16,- euro per uur gaat verdienen, moet voor het aangaan van een opdracht een offerte uit worden gebracht. Daar moeten de vergoeding in staan, de kosten die er gemaakt gaan worden en het aantal uren dat voor de opdracht staat.
  2. Maandelijks factureren volgens offerte
    Vervolgens moet de waarnemend huisarts maandelijks factureren volgens de offerte, zodat de praktijkhoudend huisarts kan beoordelen of het uurtarief daadwerkelijk boven de 16,- euro per uur komt.
  3. Binnen 15 dagen factuur sturen na afloop opdracht
    Aan het eind van de opdracht moet er binnen 15 dagen een afrekening worden opgesteld. Daaruit moet ook weer moet blijken dat het gemiddelde tarief niet onder de 16,- euro per uur is gekomen. Dit is als laatste beoordeling van de juiste uitvoering van de WMZ.

Deze verplichtingen gaan gelden naast het opstellen van (en werken volgens) een overeenkomst van opdracht. Omdat het evident is dat de waarneemtarieven boven dit bedrag liggen, vinden wij dit onnodige administratieve rompslomp.

Dit staat in de wet op de Zelfstandigenverklaring

Waarnemend huisartsen die bij een specifieke opdracht meer dan 75,- euro per uur verdienen kunnen onder bepaalde voorwaarden voor die opdracht voor een periode van maximaal een jaar een zelfstandigenverklaring gaan gebruiken.

LHV wil langere duur dan één jaar

De LHV gaat in reactie op de wet op de Zelfstandigenverklaring zich vooral verzetten tegen de maximale duur van een jaar. De continuïteit van zorg die wordt beperkt door een maximale duur is niet in het belang van de patiënt. Eén en ander kan immers gaan leiden tot tussentijdse vervangingen van waarnemers met onnodige overdrachten en onnodige inwerkperiodes tot gevolg. Met name wanneer er sprake is van ziekte, zou het ook mogelijk moeten zijn dat de lengte van de opdracht wordt bepaald door de lengte van de ziekteperiode.

Afspraak vooraf van werken als zelfstandige bij uurtarief boven 75,- euro

Hiermee spreken opdrachtgever en opdrachtnemer vooraf af dat de opdrachtnemer als zelfstandige werkt. De zelfstandige weet dan zeker dat hij geen premies voor werknemersverzekeringen hoeft af te dragen en de opdrachtgever weet dat hij niet achteraf loonheffingen moet betalen.

3 eisen voor afspraak vooraf

De eisen om te kunnen werken met de verklaring zijn relatief beperkt:

  • er moet een KVK-inschrijving zijn,
  • het uurtarief moet tenminste € 75,- bedragen en
  • de duur van de opdracht is maximaal een jaar.

Om vast te kunnen stellen dat er tenminste sprake is van een tarief van 75,- euro per uur gelden dezelfde administratieve verplichtingen als bij het minimumtarief: een schriftelijke offerte vooraf en maandelijkse facturen om de werkelijke situatie te kunnen toetsen.

Opdrachten in de categorie tussen 16,- en 75,- euro

Deze internetconsultatie gaat niet over de opdrachtcategorie tussen 16,- en 75,- euro per uur. Voor de maatregelen in deze categorie kan ook in de toekomst gewerkt blijven worden met de modelovereenkomsten die zijn afgestemd met de belastingdienst, zoals nu onder de Wet DBA ook gebruikelijk is.

Daarnaast werkt de overheid aan het ontwerp van een webmodule die door de opdrachtgever kan worden ingevuld. Ook met die webmodule kan zekerheid worden gekregen over de vraag of de opdracht door een waarnemend huisarts kan worden verricht. Het is nu nog niet duidelijk tot welke uitkomsten de webmodule gaat leiden, hierover wordt waarschijnlijk eind 2019 meer duidelijk.

Intensievere handhaving

Wat nu al wel duidelijk is, is dat er meer gehandhaafd wordt, vermoedelijk vanaf 2021. De belastingdienst krijgt er in de tussentijd vele medewerkes voor de handhaving bij. Vaste waarneming voor jaren bij één opdrachtgever wordt daardoor risicovoller, omdat de belastingdienst al snel de conclusie trekt dat erbij langdurige opdrachten hoe dan ook sprake is van enige vorm van gezag. En wanneer er sprake is van gezag, dan is er sprake van een dienstbetrekking met de daaraan hangende verplichtingen van afdracht loonbelasting en sociale premies voor de opdrachtgever.

De LHV komt in de loop van 2020 met informatie over alternatieven. Voor u als (vaste) waarnemer én voor u als praktijkhouder met een vaste waarnemer is het aan te raden om alvast na te denken over het alternatief van praktijkhouderschap of loondienst.

Lees ook wat er al bekend was over plannen om de wet DBA aan te vullen.

LHV © 2019