LHV uit zorgen over gegevensuitwisseling in de zorg

Op woensdag 9 oktober gaat de Tweede Kamer in debat met minister Bruins over gegevensuitwisseling in de zorg. De eerder aangekondigde nieuwe wetgeving op dit gebied is er nog niet, maar desalniettemin is er vanuit de huisartsenzorg genoeg dat om aandacht vraagt op dit vlak.

Als LHV zijn er twee punten waar we graag extra aandacht voor vragen: de belemmeringen in de gegevensuitwisseling tussen huisartsen en andere zorgverleners onderling en het steeds grotere beroep op de huisarts om informatie te verstrekken over patiënten aan derden.

Zorgverleners onderling

Zoals we ook eerder al onder de aandacht hebben gebracht, horen wij vanuit meerdere plekken in het land dat de toegang van huisartsen tot ziekenhuisportalen is verslechterd. Daardoor kunnen huisartsen geregeld niet meer de medische gegevens inzien van de patiënten die zij naar het ziekenhuis hebben verwezen.

Zo kan een huisarts niet bekijken wat de uitslag is van een bepaald onderzoek of wat er is afgesproken met de patiënt totdat de specialist dit aan de huisarts heeft teruggekoppeld. Dat is onhandig wanneer de patiënt vóór die tijd al bij de huisarts in de spreekkamer zit en vragen heeft over wat er in het ziekenhuis is gebeurd en besproken. Het risico is dat hierdoor onnodige vertraging en dubbel werk optreedt.

Een ander voorbeeld van belemmeringen in de gegevensuitwisseling is dat informatie vanuit Wlz-partijen (zoals zorgkantoren, het CIZ en Wlz-instellingen) niet mag worden gedeeld met huisartspraktijken zonder expliciete toestemming van de patiënt. Daardoor worden huisartspraktijken bijvoorbeeld niet standaard geïnformeerd wanneer een patiënt voor de huisartsenzorg overgaat van de Zorgverzekeringswet naar de Wet langdurige zorg. Dat kan leiden tot fouten door onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en tot administratieve lasten bij zorgverzekeraars en huisartspraktijken door verkeerd ingediende declaraties. 

Het is natuurlijk van groot belang dat er zorgvuldig wordt omgesprongen met de toegang tot medische gegevens. De huidige regels waaraan gegevensuitwisseling in de zorg nu is gebonden, lijken soms strijdig met het belang van goede patiëntenzorg. Inzicht in de actuele medische gegevens is van groot belang om goed te kunnen inspelen op de gezondheidstoestand van de patiënt.

We pleiten er daarom voor dat, in de wetgeving die de minister in de maak heeft, er een oplossing komt voor deze strijdigheid.

Vaker een beroep op inzagerecht

Daarnaast melden huisartsen dat zij steeds vaker worden benaderd door allerlei partijen die namens de patiënt optreden en de huisarts verzoeken allerlei informatie uit het medisch dossier van die patiënt aan te leveren. Huisartsen zijn bezorgd over het gemak waarmee andere partijen (rechtstreeks of via de patiënt) vragen om informatie uit het medisch dossier.

Het verstrekken van die informatie betekent hogere administratieve lasten, terwijl het juist nodig is dat de administratieve lasten in de zorg worden bestreden. Met het voldoen aan die verzoeken is vaak veel tijd gemoeid, omdat het gaat om een gerichte selectie van gegevens, die niet met één druk op de knop te regelen is. Maar sinds de inwerkingtreding van de AVG in mei 2018 krijgt de huisarts de tijd die dat kost in veel gevallen niet meer vergoed, omdat een patiënt, en daarmee óók zijn/haar juridisch vertegenwoordiger, recht heeft op kosteloze informatieverstrekking.

Daarbij maken huisartsen zich ook zorgen over wat er met de verstrekte gegevens gebeurt. Zo melden leden een toename van verzoeken vanuit letselschadeadvocaten en rechtsbijstandverleners. Het recht op kosteloze inzage door de patiënt zelf lijkt dus in toenemende mate te worden gebruikt als financieel voordeel voor dit soort commerciële partijen. En de vraag is of patiënten wanneer zij toestemming geven altijd kunnen weten waar deze gegevens vervolgens terechtkomen en waarvoor ze worden gebruikt.

LHV © 2019